Blijkbaar een opmerkelijk vonnis van de Hoge Raad vandaag, nadat er ook daadwerkelijk een veroordeling is gekomen voor het stelen van een digitaal 'item'.

Het gaat in dit geval over het spel Runescape, waarbij een Amulet en een Masker hardhandig zijn buitgemaakt.

 

"Verdachte en medeverdachte dwongen het slachtoffer met geweld en bedreiging met geweld zich aan te melden op zijn account in het online spel Runescape en de virtuele objecten achter te laten (te droppen) in de virtuele spelomgeving. De verdachte kon vervolgens het virtuele amulet en masker overzetten naar zijn eigen Runescape-account, waardoor het slachtoffer de beschikkingsmacht over deze objecten is verloren."

 

Wellicht speelt het feit mee dat er ook daadwerkelijk geweld is gebruikt en dat de 13 jarige jongen is bedreigt. Normalieter gezien hebben spelers totaal geen recht op virtuele items, omdat deze ten alle tijden in het bezit zijn van de spelontwikkelaar. Dit was ook het statement van de verdedeging:

 

" Het veranderen van virtuele eigenaar brengt geen verandering in eigendomsrechten in de fysieke wereld. Het spel, en alles wat daar binnen gebeurt, behoort toe en blijft toebehoren aan de eigenaar ervan, te weten Jagex Ltd. in het Verenigd Koninkrijk. "

 

Dit werdt echter vrij gemakkelijk verworpen met de reactie:

 

" Dat het spel RuneScape vanzelfsprekend een eigenaar en/of beheerder heeft, acht het hof in het verband van deze strafzaak niet relevant. Zo is een paspoort onbetwist eigendom van de Staat der Nederlanden, maar kan dit document wel degelijk door middel van diefstal uit de beschikkingsmacht van de houder geraken. "

 

Wellicht dat deze uitspraak in de toekomst nog veel verschil kan uitmaken op het digitale speelveld, aangezien "scammen", "hacken", misleiden en stelen redelijk vaak voorkomt met name in MMORPG's. Verder is de vraag wat men met de uitspraak moet over wie nou daadwerkelijk eigennaar is van een virtueel item. Er zijn meerdere gameontwikkelaars geweest die de deuren hebben gesloten, waarbij gamers naar hun spullen moesten fluiten (waarbij soms ook met echt geld voor de items werdt betaald).

 

De verdachte heeft 144 uur werkstraf gekregen, de medeverdachte staat verder niet vermeld dus aannemelijk wordt daar geen zaak tegen gemaakt.

 

Lees het gehele uitspraak hier: rechtspraak